meer over huisvesting

Kippen (hoenders) houden:

Ben je van plan kippen te gaan houden, kijk dan eerst naar de ruimte die je beschikbaar hebt. Vraag je daarna af welke soort je wil gaan houden.

Wil je  vleeskippen of legkippen hebben? Wel ras vind je het mooist?

Je hebt namelijk zware- , middelzware of licht kippenrassen, terwijl er ook veel dwergrassen zijn, de zogenaamde “krielkippen”.

Voor dwergrassen heb je minder ruimte nodig dan voor de groetere rassen. op een oppervlakte van 2 à 3 m² kun je al wat krielkipjes houden. Heb je echter een groter ras uitgekozen, dan moet je toch 1,5 à 2 m² per dier rekenen.

Hou je de kippen puur alleen voor plezier of wil je er ook mee gaan fokken en mogelijk jouw dieren inschrijven voor een tentoonstelling?

In het laatste geval adviseren we om contact op te nemen met ervaren fokkers. Dit kan via (ras)verenigingen bij jou in de buurt of via speciaalclubs, in het geval je hebt gekozen voor “raszuivere” dieren. Koop dan goed fokmateriaal via ervaren fokkers.

Heb je de keuze voor jouw dieren gemaakt, dan volgt de fase van het bouwen van een hok en plaatsen van een afrastering om het terrein waar de kippen komen te lopen. Zorg dat de afrastering hoog genoeg is om “uitvliegen” redelijk onmogelijk te maken. Het “wieken” van het dier kan hier een oplossing voor zijn, maar dan is het dier niet meer “tentoonstellingsklaar”.

Informeer voor de bouw van uw hok bij uw gemeente of er misschien een omgevingsvergunning nodig is om het hok te mogen bouwen. Dit is namelijk niet in iedere gemeente hetzelfde.  

Konijnen houden:

Voor het houden van konijnen heb je in het algemeen minder ruimte nodig als voor het houden van duiven, kippen, sier- en watervogels. Je kunt je schuurtje of blokhut geschikt maken om deze dieren te houden. Ook hier geldt echter: Hoe minder ruimte, hoe minder dieren! Het ras dat je kiest moet eigenlijk afhankelijk zijn van de beschikbare ruimte. Je kunt in een klein schuurtje minder Vlaamse Reuzen houden dan Pooltjes. Om één Vlaamse Reus te houden moet je toch denken aan een hok met een breedte van ongeveer 1.20 meter, een hoogte van 0,60 meter en een diepte van 0,80 meter. Voor dwergrassen zal dit ongeveer een breedte van 0,50 meter, een hoogte van 0,40 meter en een diepte van 0,50 meter zijn.

Zorg er daarom voor dat de hokken groot genoeg zijn en dat de konijnen vocht- en tochtvrij in hun hok kunnen verblijven. Een konijn kan namelijk vrij goed tegen kou, maar een tochtig en vochtig hok is niet bevorderlijk voor hun gezondheid. Tocht en vocht zal voornamelijk aanwezig kunnen zijn als de hokken buiten gebouwd zijn. Plaats de hokken ook niet in felle zon. Teveel warmte is ook niet gezond voor de dieren.

Als bodembedekking zijn zaagsel, houtkrullen en stro te gebruiken. De urine kan in het zaagsel en houtkrullen trekken. Het konijn ontlast zich meestal op dezelfde plek in het hok. Hierdoor is het wekelijks schoonmaken van het hok geen overbodige luxe. Bovendien kan je de mest nog gebruiken in jouw (moes)tuin.

Ben je van plan om jouw konijntje(s) in huis te gaan houden, zorg er dan voor dat er voldoende ventilatie is om stank tegen te gaan. 

Vraag om raad en advies bij ervaren fokkers. 

Sierduiven houden:

Misschien ben je van plan om sierduiven te gaan houden. Dan is de keuze bij deze diergroep “reuze”. Er zijn diverse soorten met hierin rassen met veel kleurslagen.

De soort, het ras en aantal sierduiven is ook in dit geval weer afhankelijk van de beschikbare ruimte, want duiven worden gehouden in een hok of til. Wel is het mogelijk, om in vergelijking met de andere diergroepen, meer duiven per m² te houden.; Dit is dus afhankelijk van het door jou gekozen ras. 

Dagelijks onderhoud van de hokken is eigenlijk wel een vereiste. Daardoor zie je jouw duiven vaak en worden ze sneller handtam en raken ze er sneller aan gewend om beetgepakt te worden. Hierdoor zal het conditioneren van het dier voor een tentoonstelling ook makkelijker plaats kunnen vinden.

Ook bij sierduiven is vers drinkwater heel belangrijk, net zoals grit en speciaal sierduivenvoer. Denk mogelijk ook aan een plek, waar de duiven een “bad” kunnen nemen.

Ga je jouw hok bouwen, denk er dan aan dat hiervoor mogelijk een Omgevingsvergunning van uw gemeente nodig is en laat voorlichten door (een) ervaren fokker(s).

Sier- en watervogels houden:

Bij siervogels moet men denken aan bijv. fazanten, kalkoenen, pauwen en kwartels. Bij watervogels zijn dit bijv. ganzen, zwanen, eenden.

Zowel sier- en watervogels zijn van nature schuw en schrikachtig. Zorg er daarom ook voor dat er voldoende schuilplaatsen zijn waar ze veilig weg kunnen kruipen voor o.a. roofvogels en waar de weersinvloeden minder vat hebben op jouw dieren.

Vaak is de keuze van de dieren die men gaat houden gebaseerd op de mooie kleuren van het bepaalde ras, maar laat dit niet leidend zijn. Verdiep je vooraf ook in het “gedrag” van de diersoort van jouw keuze. Dat is eigenlijk even belangrijk.  Ook speelt de beschikbare ruimte hier weer een grote rol. Daarvan afhankelijk is weer het aantal te houden dieren.

Siervogels kun je houden in een grote volière of ren. Watervogels zijn te houden op een stuk terrein, waar je gezorgd hebt voor een waterpartij of zwemvijver voor jouw dieren. Je kunt een kunststoffen vijver ingraven of je graaft zelf een vijver en gebruikt hierbij vijverfolie. Het vullen van de vijver is meestal niet het probleem, maar het leeg- en schoonmaken wel. Hou daarom rekening met het feit dat je de vijver makkelijk kunt laten leeglopen om deze schoon te maken, want het water wordt door de watervogels namelijk behoorlijk bevuild met hun ontlasting.